Het verloop van de bouw van de Watertoren

Het verloop van de bouw van de Watertoren

De bouw van de toren werd na onderhandse aanbesteding uitgevoerd door de Hollandse Maatschappij tot het Uitvoeren van Werken in Gewapend Beton. De hoofdingenieur van het PWN, ir. B.F. van Nievelt, was verantwoordelijk voor het toezicht.

Voor de plaats van de watertoren bestonden in eerste instantie twee opties. De ene mogelijkheid was om de toren in de laaggelegen Hornmeerpolder te bouwen, de andere om het gebouw juist op de dijk, aan de plas te zetten. Uit esthetisch oogpunt werd gekozen voor het laatste en van deze keuze hebben Aalsmeerders tot op de dag van vandaag nog plezier.

De watertoren rust op een houten paalfundering van 452 masten, elk 15 meter lang. Er zijn twee hoogtereservoirs met een inhoud van 480 m3 en 520 m3. Onder de begane grond is nog een bodemreservoir van 160 m3. De bliksembeveiliging is volgens het kooisysteem uitgevoerd waarin het wapeningsijzer van de kolommen is opgenomen.